Hoe kan je optimaal samenwerken in aspectmodellen?

Iedere partij zijn eigen model en eigen verantwoordelijkheid: dat lijkt een efficiënte en gestructureerde manier van werken, toch? Dat is het inderdaad ook, maar er zijn wel enkele elementen waarmee iedereen rekening moet houden.

Het samenwerken tussen verschillende teams vergt een behoorlijk intensieve communicatie en coördinatie om er zeker van te zijn dat er geen dubbel werk gebeurt, maar ook dat er niets over het hoofd wordt gezien. Het belangrijkste is natuurlijk de wil om met elkaar te communiceren en samen afspraken te maken.


BIM-regisseur

Zoals reeds eerder vermeld, wordt er bij aanvang van een BIM-project een protocol vastgelegd. De meest elementaire zaken met betrekking tot de samenwerking komen daarbij aan bod: wie wat modelleert, welke detailniveaus verwacht worden, wanneer modellen worden uitgewisseld, enzovoort. Om een overzicht te houden op het correcte verloop van de samenwerking en de kwaliteit van de doorgestuurde modellen wordt normaal gezien een BIM-regisseur of -procesmanager aangeduid. Deze rol kan gedragen worden door een van de bestaande partijen - vaak is de architect de BIM-regisseur in de eerste fases - maar ook een externe partij kan hiervoor aangeduid worden. Dat laatste kan zeer handig zijn bij zeer grote projecten waarbij veel verschillende partijen betrokken zijn.

De externe partij is in de meeste gevallen aangesteld door de opdrachtgever en heeft naast het behartigen van diens belangen als enige functie de BIM-samenwerking te optimaliseren. In bepaalde gevallen kan het echter wel nuttig zijn om een BIM-coördinator aan te stellen die betrokken is bij het project. Wanneer een betrokkene namelijk de BIM-coördinatie doet, kunnen er veel sneller beslissingen worden genomen en kan er sneller informatie bij de juiste partijen worden neergelegd. Dit zijn zaken die een externe altijd zal voorleggen aan de gehele groep bimmende partijen.


Issue-communicatie

Bij de meeste ontwerpprojecten wordt afgesproken om de aspectmodellen wekelijks of tweewekelijks naar elkaar door te sturen om op elkaar af te stemmen. Tussendoor wordt er echter volop verder gecommuniceerd over ‘issues’. Dit zijn conflicten binnen of opmerkingen op het model, waarbij een modelleur een probleem ziet of niet goed weet hoe de andere partij het opgelost heeft.

Om te vermijden dat telkens de volledige 3D-modellen moeten worden doorgestuurd, worden deze issues doorgestuurd via BCF-bestanden, afgeleid van ‘BIM Collaboration Format’. BCF is een open standaard die toelaat kleine opmerkingen toe te voegen aan een BIM-model, via een screenshot, tekst, en dergelijke meer. Een BCF-opmerking bevat niet alleen de opmerking, maar ook het exacte kijkpunt, een bijhorend beeld, bepaalde metadata en een identificatie van de elementen waarop de opmerking betrekking heeft. Op die manier wordt de communicatie over het model voor een groot deel losgekoppeld van het model zelf.

Deze issue-communicatie hoeft dus niet meer via e-mail te gebeuren, zoals vroeger vaak werd gedaan, maar kan allemaal samen gezet worden op een online platform. Daarop kunnen alle partijen inloggen en de issues bekijken, bespreken en oplossingen aanbrengen. Ze kunnen ook zien aan wie de issues gericht zijn en welke prioriteit deze hebben.


Clashdetecties

De grootste problemen met overlappende BIM-modellen ontstaan door onjuiste coördinatie. Een schakelaar die gekoppeld is aan een muur, maar die muur is in tussentijd enkele centimeter opgeschoven. Een luchtkanaal dat dwars door een kolom gaat. Een kolom van de stabiliteitsingenieur die niet overeen komt met die in het architectuurmodel. Allemaal zijn het voorbeelden van issues die soms ook gedefinieerd worden als clashes, of onjuistheden bij het over elkaar leggen van twee modellen. Deze clashes worden automatisch gecheckt door middel van software.

De regelsets die ingesteld moeten worden om de modellen te checken, bieden eindeloos veel mogelijkheden. Een potentieel probleem daarbij is dat er mogelijk honderden tot honderdduizenden clashdetecties worden weergegeven, waarvan men weet dat ze in realiteit op de werf geen probleem geven. Bovendien zijn clashdetecties ook niet zaligmakend: er is nog steeds een regelmatige visuele check nodig van een persoon met bouwkundig inzicht om problemen uit het model te halen die niet opgemerkt zijn door de software.

Een zogenaamde modelchecker geeft potentiële problemen aan, op basis van vooraf vastgelegde mathematische regels. De interpretatie van deze problemen gebeurt door een expert met bouwkundig inzicht, die het issue eventueel kan accepteren of verwerpen. Daarna kan de verantwoordelijke van de betrokken elementen een oplossing zoeken en implementeren, waarna een nieuwe controle uitgevoerd wordt.

  Terug naar FAQ

Partners