Hoe kunnen bouwaannemers het BIM-model gebruiken?

In het voorgaande werd af en toe al eens verwezen naar de rol van de aannemer in het gehele bouwproces. Hieronder staat bondig beschreven wat een hoofdaannemer exact doet met een BIM-model in uitvoeringsfase en welke informatie hij daarvoor nodig heeft.

Van primordiaal belang hierbij is de correctheid en het detailniveau van de modellen die de architect en ingenieur afleveren aan de aannemer. Het is bijvoorbeeld noodzakelijk om een zeer goede export van het IFC-bestand uit te voeren als architect, zelfs al heeft hij dat model later zelf niet meer nodig.


LOD300-model opwerken tot model voor uitvoering

De aspectmodellen die het ontwerpteam aflevert, vormen de basis van het bouwproces in uitvoering. Hoe meer detail en informatie hierin verwerkt zit, hoe gemakkelijker en sneller de aannemer ermee aan de slag kan. In de meeste gevallen start de aannemer van een LOD300- of een LOD350-model, dat hij dan geleidelijk opwerkt tot een model dat klaar is voor de uitvoering. De ontwerpers sturen hun model door van waaruit de meetstaat kan worden gehaald. Vervolgens wordt dit model gebruikt als communicatietool.

Verdere informatie van de ontwerpers of onvolledigheden kunnen worden aangevuld en gewoon los van het model verzameld, in tabellen of rapporten. Dit is niet altijd ideaal, maar wel gemakkelijk en courant. Opgelet: in veel gevallen wordt naast het model ook de meetstaat als apart document doorgegeven. Het is dan zeer nuttig om aan te geven welke hoeveelheden uit het model komen en welke manueel zijn bepaald. 


Van LOD300 naar LOD400

De volgende stap is het opwerken van LOD300 naar LOD400. Dit gebeurt voor een groot deel door onderaannemers. Deze beginnen hier niet aan vooraleer het aankoopproces achter de rug is. Het gemodificeerde BIM-model is klaar om door te sturen naar de onderaannemers voor een prijsofferte.

Deze stap is behoorlijk tijds- en arbeidsintensief. Het model wordt vaak zeer grondig gewijzigd en soms zelfs helemaal opnieuw opgebouwd. De hoeveelheden die in het model staan, zijn vaak van groot belang voor de onderaannemers en zeker de leveranciers die meewerken aan het project. De echte eindafrekening gebeurt echter meestal niet op basis van deze prijs, maar wel aan de hand van het as-builtmodel, bij het opleveren van het project. Het as-builtmodel wordt echter niet altijd afgeleverd. Andere methoden van factureren zijn daarom uiteraard ook mogelijk en algemeen gangbaar. Goede afspraken hieromtrent zijn belangrijk. Binnen een uitvoeringsteam wordt ook afgesproken wie allemaal zal bijdragen aan het model (actieve BIM-modelleurs) en wie enkel informatie ontvangt uit het model (passieve BIM-gebruikers).


Van werkvoorbereiding tot uitvoering

Vlak voor de werf van start gaat, gebeurt de werkvoorbereiding. De hoofdaannemer ontvangt en verzamelt alle modellen van de onderaannemers en leveranciers. Deze worden gecontroleerd op fouten, onder andere geautomatiseerd via ‘model checking’, en ook teruggekoppeld naar de ontwerpers. Dit is een continu proces dat gedurende de hele uitvoeringsfase plaatsvindt.

Slechts wanneer alle partijen hun goedkeuring hebben gegeven, wordt overgegaan tot de eigenlijke uitvoering. Daarbij zal de hoofdaannemer enkele belangrijke parameters in verband met fasering, planning, uitvoeringsdatum, enzovoort toevoegen aan het model, voor zover deze elementen nog niet zouden bepaald zijn. Op basis van de modellen worden ook eenvoudige en leesbare werkplannen geproduceerd ter ondersteuning van de uitvoering. Fase per fase zal de aannemer een vorderingsstaat voorleggen aan de bouwheer. Door middel van een duidelijke kleurencode van de fasering kan dit op korte tijd zeer leesbaar worden gemaakt voor de architect en de bouwheer.

  Terug naar FAQ

Partners