Offertevraag en gunningscriteria

  •   30-03-2018
  • Johan Geerts

BIM en bimmen– het neologisme dat al geruime tijd opduikt in allerlei teksten – zorgen voor een cultuurwijziging in de bouwwereld. Niet enkel in de manier van denken over gebouwen en het bouwproces, ook over hoe een gebouw tot stand komt en het onderhoud na voltooiing zal verlopen en wat de budgettaire consequenties hiervan zullen zijn voor de eigenaar. Hoe verhoudt werken met BIM zich tot de klassieke aanbestedingsprocedure?

Alle directe en indirecte kosten om een gebouw te realiseren op een correcte manier verrekenen in een offertevraag is een lastig karwei. Daar zijn grote opportuniteiten weggelegd voor BIM: een BIM-model maakt het immers mogelijk om aan de hand van een goede en eenduidige classificatie en een opsplitsing in correcte elementen deze kosten inclusief redelijke marges voor de aannemer en zijn onderaannemers op te nemen in het proces.

Discussies m.b.t. min- en/of meerwerken of fouten en lacunes in het aanbestedingsdossier slorpen veel energie en tijd op en resulteren in een gespannen sfeer op de werf waar niemand beter van wordt.

Vooral in de openbare sector hebben aannemers en juristen zich gespecialiseerd in het uitkienen en in detail analyseren van offertevragen. Ze proberen de verscholen meerkosten in te schatten om dan zo laag mogelijk in te schrijven. Ze spelen handig in op eventuele dossierfouten en behalen hun marge achteraf tijdens de werken. Dit is een vertekening en verzieking van de realiteit: de totstandkoming van een publiek gebouw kan bij het welslagen van het project voor alle partijen een inspirerende ervaring zijn! De evolutie van enkele schetsen op papier tot een afgewerkt gebouw met een bepaalde maatschappelijke relevantie is een bijzonder fascinerend proces. 

DBFM(O) of Bouwteam zijn nieuwere samenwerkingsvormen tussen de verschillende bouwparticipanten en geven een duidelijker beeld op de evolutie van de kosten en de gevolgen voor het bouwbudget. De belangrijkste troef van deze systemen is dat de verantwoordelijkheden m.b.t. de eventuele min- en meerwerken en de financiële gevolgen ervan meteen en dus beter gedefinieerd worden.  

BIM kan zelfs nog een stap verder gaan. Zo vraagt Peggy Bovens van PB Calc & Consult in een eerder gepubliceerd artikel zich af of de stap ‘aanbesteding’ wel nodig is.

We zien dat zowel het in de UK ontwikkelde Workplan-schema als het BouwData©-rekeningstelsel het moment ‘de aanbesteding’ niet als dusdanig in de bouwflow opneemt maar het erin als een onlosmakelijk opgaand deel beschouwt.

Is een klassieke offertevraag met vastgelegde gunningscriteria dan nog nodig en speelt de laagste prijs bij de bieding dan nog een sleutelrol in de werkelijke toewijzing van een project? Peggy Bovens gaat ook op zoek naar die antwoorden. Het E-draaiboek Overheidsopdrachten zegt dat er twee objectieve hoofdcriteria bestaan in het licht van de transparantie en de gelijke behandeling van dossiers: ‘de laagste prijs’ en ‘het economisch voordeligste bod’. Terwijl het eerste nog volledig geënt zit in de klassieke manier van aanbesteden richt het tweede een open en hoopvolle blik op de toekomst. 

Een BIM-toekomst.

Lees het artikel hier.
 

Nieuwsbrief

Het beste van BIMtonic, rechtstreeks in uw inbox