Juridische aspecten van BIM

  •   31-10-2018
  • Anneleen Quirynen, Stibbe
Anneleen Quirynen, Stibbe

Het BIM-referentieprotocol is volgens Anneleen Quirynen, advocaat bij Stibbe, de eerst stap in de (onder meer juridische) omkadering van BIM in Belgiƫ. In dit artikel gaat ze dieper in op de meerwaarde en het wettelijk kader van BIM en enkele juridische aandachtspunten. Dit artikel en andere interessante topics zijn binnenkort terug te vinden in het BIMtonic-magazine dat uitgedeeld zal worden op de drie BIMtonic-events die plaatsvinden op 15, 22 en 29 november bij Jaga (Diepenbeek), Reynaers Aluminium (Duffel) en Renson (Waregem).

1. Wat is BIM?

‘BIM’ is niet louter het werken in 3D. BIM is een manier van samenwerken in de bouwsector. Met behulp van digitale technologie (onder meer bouwinformatiemodellen) wordt informatie gestructureerd beschreven, beheerd en uitgewisseld tijdens de volledige levenscyclus van een project (van programmafase tot exploitatiefase). Het letterwoord heeft dus meer dan één betekenis: BIM staat voor zowel Building Information Model als voor Building Information Modelling en Building Information Management.

In de praktijk komt het erop neer dat een bouwwerk eerst virtueel wordt gebouwd (‘digitale maquette’ / ‘digitaal prototype’) in samenspraak met alle projectpartners, waarna deze virtuele versie gebruikt zal worden als dataset bij de effectieve bouw van het project.

2. De meerwaarde van BIM

Tijdens de ontwerp-, vergunnings- en uitvoeringsfase impliceert BIM een proces- en kwaliteitscontrole die onder meer leidt tot tijdswinst (efficiëntie dankzij een gecoördineerde samenwerking, uniforme en real time beschikbare informatie) en kostenbeheersing (inperking faalkosten dankzij autocorrectie / clashdetectie). Via gerenderde beelden wordt het mogelijk om een waarheidsgetrouwe weergave te maken van de esthetiek van de constructie. Het as-builtmodel is ideaal om het latere onderhoud en het gebouwbeheer te ondersteunen. Dit geldt zowel voor projecten in de private als in de publieke bouwsector.

Bovendien zal BIM – mits een kwalitatieve opbouw van het BIM-model met een toereikende graad van detail – idealiter een belangrijke meerwaarde bieden bij de gunning van overheidsopdrachten voor werken. Vergissingen en leemten in de meetstaten worden immers grotendeels vermeden. Voorts kan het nazicht van de offertes (conformiteit met technische specificaties van het bestek, nazicht van abnormaal lage prijzen, impact van materiaalgebruik van een inschrijver op het ontwerp …) geautomatiseerd worden door de aanbesteder, met gegarandeerde onafhankelijkheid en onpartijdigheid. Het is echter wel aangewezen dat er vergoedingen worden toegekend aan de inschrijvers als er in de gunningsfase een dergelijk BIM-model gevraagd wordt. Een BIM-model opmaken kost immers tijd en is – meer dan een gewone offerte – een echte ‘investering’.

Er bestaat overigens ook zoiets als ‘4D-BIM’, waarbij planningsinformatie gekoppeld wordt aan elementen uit het bouwinformatiemodel, en ‘5D-BIM’, waarbij elementen, types of materialen uit het bouwinformatiemodel gekoppeld worden aan een kostendatabank door het toewijzen van kostcodes, wat een geïntegreerde kostenraming mogelijk maakt. Op die manier kunnen alle betrokken bouwactoren een totaaloverzicht van de constructie analyseren.

3. Het wettelijk kader van BIM

Er bestaat in België geen specifieke BIM-wetgeving. De onderlinge relaties tussen de bouwheer en andere bouwactoren die met BIM werken, worden beheerst door het gemeen recht, waarbij partijen in het kader van hun contractvrijheid zelf de spelregels kunnen bepalen (uiteraard mits eerbiediging van de wet van 20 februari 1939 op de bescherming van de titel en het beroep van architect).

Deze spelregels worden vastgelegd in enkele projectspecifieke contractuele documenten: de BIM-clausule in het bestek of de algemene aannemingsvoorwaarden, de BIM-visienota, het BIM-protocol en het BIM-uitvoeringsplan.

Vooreerst dient de opdrachtgever een BIM-visienota op te maken. Dit is een projectspecifiek document waarin de verwachtingen en de vereisten van de opdrachtgever omtrent BIM worden neergeschreven. Vervolgens zullen de opdrachtgever, het ontwerpteam en de BIM-procesmanager gezamenlijk het BIM-protocol opstellen, dat vervolgens wordt opgelegd aan het uitvoeringsteam en eventueel ook aan het beheers- en onderhoudsteam (bij een geïntegreerde contractvorm zal het BIM-protocol gezamenlijk worden opgesteld door alle voornoemde bouwactoren). Het BIM-protocol is een contractueel document dat de afspraken en verwachtingen rond BIM bevat. Binnen een bepaald project legt dit document onder meer vast wie verantwoordelijk is voor welke informatie en wanneer deze dient te worden aangeleverd. Tot slot stellen alle bouwactoren samen een contractueel document op ter aanvulling van het BIM-protocol, het zogenaamde BIM-uitvoeringsplan. Dat BIM-uitvoeringsplan omschrijft hoe de afspraken van het BIM-protocol in de praktijk worden gebracht en is evolutief.

Daarnaast is het zaak van een duidelijk referentiekader te kiezen, enerzijds bestaande uit LOD-tabellen (Level of Development) en anderzijds uit BIM-modelleerrichtlijnen. Er bestaan nationale richtlijnen (bijvoorbeeld in het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk), maar ook richtlijnen per softwareproducent (bijvoorbeeld Revit).

Om bouwprofessionals te ondersteunen bij – in eerste instantie – het opstellen van het BIM-protocol, heeft het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor het Bouwbedrijf (WTCB) het Belgische BIM-referentieprocotol uitgewerkt, toegespitst op gebouwen.[1] Het is de bedoeling om bij het opstellen van een projectspecifiek BIM-protocol gebruik te maken van deze algemene template met bijhorende handleiding, opdat elk project vanaf dezelfde basis zou kunnen starten en opdat er – ondanks de vereiste projectspecifieke aanpassingen – uniformiteit in het verloop van het BIM-proces kan worden gebracht.

4. Enkele juridische aandachtspunten bij werken met BIM en de vertaling ervan in het Belgische BIM-referentieprotocol

Het Belgische BIM-referentieprotocol bevat geen afzonderlijk juridisch luik. Er werd voor geopteerd om de juridische bepalingen telkens te verwerken in de verschillende delen.

Partijen bij het BIM-protocol

Het BIM-protocol wordt ondertekend door de opdrachtgever en ‘de projectpartners’, zijnde de rechtstreekse contractanten van de opdrachtgever (architect, aannemer, studie- en ingenieursbureaus, technisch controlebureau …). De projectpartners moeten er eveneens over waken dat de derden waarop ze een beroep doen de afspraken uit het BIM-protocol naleven (en er desgevallend voor zorgen dat het BIM-protocol wordt opgenomen in de subcontracten). De projectpartners en deze derden worden samen ‘het projectteam’ genoemd. Bij een traditionele contractvorm, waarbij het ontwerp en de uitvoering afzonderlijk en elk op een ander tijdstip aanbesteed worden, zal het BIM-protocol als eis worden overgedragen aan de projectpartners die het projectteam pas in een latere fase vervoegen.

De projectpartners contracteren ieder afzonderlijk met de opdrachtgever, die het gebruik van BIM oplegt. Zonder BIM-protocol of bij gebreke aan gezamenlijke ondertekening van het BIM-protocol zal de opdrachtgever ten opzichte van de individuele bouwactoren als enige contractant aansprakelijk zijn voor fouten die begaan zijn door de andere bouwactoren. Via de gezamenlijke ondertekening van het BIM-protocol worden de betrokken bouwactoren ook onderling aansprakelijk.

Het BIM-protocol in de contractuele hiërarchie

Mochten er tegenstrijdigheden voorkomen tussen het BIM-protocol en het BIM-uitvoeringsplan, dan heeft het BIM-protocol voorrang. Het Belgische BIM-referentieprotocol spreekt zich echter niet uit over de plaats van het BIM-protocol in de contractuele hiërarchie. Het bestek of de algemene aannemingsvoorwaarden dienen dus te bepalen dat het BIM-protocol voorrang heeft bij conflicten. Het BIM-protocol zal immers fungeren als bijlage bij de bilaterale overeenkomsten van de verschillende projectpartners met de opdrachtgever. Deze overeenkomsten kunnen qua inhoud van elkaar verschillen. Laat men de bilaterale overeenkomsten prevaleren boven het BIM-protocol, dan zou iedere projectpartner inzage moeten krijgen in de alle individuele overeenkomsten om te kunnen doorgronden wat de verplichtingen en verantwoordelijkheden van iedere projectpartner nu werkelijk zijn.

Aansprakelijkheid

In principe en bij gebreke aan een wetgevend kader geldt dat het gebruik van BIM niets verandert aan de aansprakelijkheidsregimes. Iedereen blijft instaan voor zijn eigen expertise en zijn opdracht: de architect is verantwoordelijk voor het ontwerp en controleert de uitvoering van de werken, het advies- en ingenieursbureau zorgt voor bijzondere technische adviezen en berekeningen en de aannemer voert uit. Het Belgische BIM-referentieprotocol heeft niet de ambitie om daar iets aan te wijzigen.

De facto leidt het BIM-proces wel tot een verhoogde waarschuwings- en meldingsplicht. Veel werkzaamheden in het BIM-bouwproces vinden in een eerder stadium plaats dan voorheen. Daarmee wordt de informatie van de betrokken bouwactoren veel eerder in het proces (onderling) beschikbaar. De informatie is vaak ook veel gedetailleerder. In die zin bepaalt het Belgische BIM-referentieprotocol dat – zonder de basisverantwoordelijkheden van eenieder te willen wijzigen – het voor de toepassing van BIM van belang is dat het projectteam en de opdrachtgever bijzondere aandacht schenken aan de meldingsplicht ten aanzien van elkaar. Bovendien is elke projectpartner verantwoordelijk voor de juistheid van de informatie die hij aanlevert. Of de verhoogde waarschuwings- en meldingsplicht in de praktijk ook tot meer gevallen van aansprakelijkheid zal leiden, is nog maar de vraag. Tegelijkertijd is het immers de verwachting dat een kwaliteitsvol BIM-model tot minder fouten in het ontwerp- en uitvoeringsproces zal leiden. In BIM is het namelijk logisch dat er door de hoge graad van samenwerking sprake moet zijn van een andere mentaliteit. Elkaar waarschuwen en elkaars eventuele fouten melden, maakt daar integraal deel van uit.

Daarnaast zal het werken met BIM onvermijdelijk leiden tot een vermenging van verantwoordelijkheden en aansprakelijkheden, vermits er wordt voortgebouwd op elkaars werkzaamheden. ‘Traceerbaarheid’ (wie – wat – wanneer) zal dus een sleutelbegrip blijken in de BIM-context, en het logbestand een onmisbare tool.

Om die reden kon een strikt regime inzake wijzigingen evenmin ontbreken in het Belgische BIM-referentieprotocol. Het Belgische BIM-referentieprotocol voorziet dat het doorvoeren van wijzigingen gebeurt volgens een beheerd proces (het zogenaamde Change Management System), wat de traceerbaarheid van aanpassingen en ontwerp- en uitvoeringsbeslissingen mogelijk maakt. Daarenboven bepaalt het Belgische BIM-referentieprotocol dat iedere projectpartner verantwoordelijk is voor het doorvoeren van wijzigingen binnen de eigen deelmodellen. Wijzigingen die behoren tot de verantwoordelijkheid van andere partners, moeten worden aangevraagd bij de auteur van het specifieke deelmodel. Deze laatste is verantwoordelijk voor het doorvoeren van de wijziging. Het is verboden om wijzigingen door te voeren in modellen van andere projectpartners.

Met het oog op de traceerbaarheid en aantoonbaarheid bepaalt het Belgische BIM-referentieprotocol ook uitdrukkelijk dat het delen van informatie tussen projectpartners moet gebeuren via een centrale dataomgeving (of Common Data Environment) en dat e-mails met bijlagen niet aanvaard worden als manier om bestanden uit te wisselen. Dergelijk e-mailverkeer is louter ‘informatieve’ communicatie, waaraan geen rechten of verplichtingen gekoppeld zijn.

Naast de traditionele bouwactoren maakt ook de BIM-procesmanager deel uit van het projectteam. Deze persoon of partij heeft een belangrijke coördinatietaak, onder meer wat het coördineren en controleren op conformiteit met de gemaakte afspraken voor de verschillende deelmodellen betreft. Afhankelijk van het project en de contractvorm kunnen er één of meerdere (gekoppeld aan de projectfases) BIM-procesmanagers zijn en kan deze rol vervuld worden door een externe partij of door een projectpartner. Aansprakelijkheidstechnisch kan de positie van de BIM-procesmanager vergeleken worden met die van een veiligheidscoördinator.[2] Belangrijk daarbij is dat het BIM-protocol zich niet beperkt tot het aanwijzen van de BIM-procesmanager, maar tevens de inhoud van de coördinatieverplichting nader vorm geeft. Het Belgische BIM-referentieprotocol geeft daarvoor een aanzet.

Een juridisch aandachtspunt is wel dat de BIM-procesmanager of de andere projectpartner die belast is met het beheer van de Common Data Environment een pressiemiddel heeft om de opdrachtgever tot betaling te dwingen in geval van conflict.[3] Een adviseur of aannemer die niet betaald krijgt kan zijn werkzaamheden in bepaalde gevallen opschorten bij toepassing van de exceptie van niet-uitvoering. Het zal bijgevolg raadzaam zijn om in de contractuele relatie met de beheerder van de Common Data Environment te bedingen – de exceptie van niet-uitvoering is immers slechts van aanvullend recht – dat toegang tot het BIM-model nooit geweigerd mag worden en/of dat er een direct opeisbare contractuele boete kan worden opgelegd als de toegang tot het BIM-model ontzegd wordt.

Intellectuele eigendom

BIM leidt niet tot andere regels op het vlak van intellectuele eigendom. Werken met BIM vergt wel extra aandacht vanuit de invalshoek cocreatie. Bovendien maakt de digitalisering het voor iedereen makkelijker om producten te vermenigvuldigen, te gebruiken en door te geven.

Om die redenen bevat het Belgische BIM-referentieprotocol een gedetailleerde regeling inzake intellectuele eigendom. De rechthebbenden behouden namelijk hun intellectuele rechten op hun respectievelijke creatie (lees: het ontwerpteam op de ontwerpmodellen en het uitvoeringsteam op de uitvoeringsmodellen). De andere projectpartners en de opdrachtgever krijgen enkel gebruiksrechten (geen eigendomsrechten), en dat binnen de context van (het beheer van) het project in kwestie. Ze moeten de creaties vertrouwelijk behandelen. Voorts moet elke projectpartner die creaties ter beschikking stelt garanderen dat hij zelf ook de nodige toestemmingen heeft verkregen van derden (zelfs van eigen werknemers of leveranciers) die hebben meegewerkt aan een creatie die in het BIM-model wordt verwerkt.

5. En de volgende stap?  

Hoewel België zowel qua normering als inburgering in de bouwsector achterophinkt (ten opzichte van landen zoals het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Denemarken, Sweden, Finland en Nederland), heeft ons land met het BIM-referentieprotocol een eerste stap gezet in de onder meer juridische omkadering en uniformisering van BIM in België. Thans wordt er binnen het WTCB naarstig gewerkt aan de volgende stappen, meer bepaald Belgische BIM-modelleerrichtlijnen, een BIM-referentie-uitvoeringsplan en een BIM-referentieclausule. Er zullen ook updates van het Belgische BIM-referentieprotocol volgen (een eerstvolgende update is voorzien voor oktober 2018).

 


[1] Template van het Belgische BIM-referentieprotocol en bijhorende handleiding, zoals gepubliceerd op 16 februari 2018, te downloaden via https://www.bimportal.be/nl/projecten/tc/publicaties-resultaten/belgisch-bim-protocol/.

[2] K. Schulpen, “De juridische aansprakelijkheidsaspecten van het bouwinformatiemodel (BIM)”, T.Aann. 2017, (125) 132, nr. 9. Zie m.b.t. de aansprakelijkheid van de coördinator: F. Burssens, “De veiligheidscoördinator” in K. Deketelaere, M. Schoups en A. L. Verbeke (eds.), Handboek bouwrecht, Antwerpen, Intersentia, 2013, (959) 977-989.

[3] Cf. de eerste rechtspraak m.b.t. BIM uit het Verenigd Koninkrijk en m.n. de zaak Trant Engineering v Mott MacDonald [2017] EWHC 2061 (TCC).

Nieuwsbrief

Het beste van BIMtonic, rechtstreeks in uw inbox